Logo Alpaca's Enzo

Het vinden van een droomplek!

In onze vorige blog vertelden we hoe we de knoop doorhakten: we wilden weg uit de Haagse drukte en een nieuw avontuur beginnen met alpaca’s in Drenthe. Maar ja… dan begint het pas. Waar vind je zo’n droomplek? Het antwoord is simpel: we werden fulltime Funda-verslaafd.

Het ondernemersbloed kruipt waar het niet gaan kan

Voordat ik vertel over onze zoektocht, moet je eigenlijk iets meer over ons weten. Dat we het roer wilden omgooien was voor veel mensen een schok, maar stiekem zat het ondernemen al in ons DNA.

Emy’s vader had een eigen bouwbedrijf in Den Haag en mijn (Patrick’s) vader was een echte koopman in van alles en nog wat. Jarenlang stonden wij zélf met een prachtige kraam op de Haagse Markt. We verkochten partijhandel, alles voor € 2,50. Eigenlijk waren we de voorlopers van de Action!

Maar een eigen zaak betekent ook 80 uur per week werken en amper vakantie. Toen onze dochters jong waren en om aandacht vroegen, besloten we voor onszelf te kiezen. We gingen voor een baas werken (bij Kruidvat en HTM) en hebben daar geen seconde spijt van gehad. Het gaf ons de tijd en rust om van ons gezin te genieten.

Maar nu de meiden groter waren, begon dat ondernemersbloed toch weer te borrelen. We waren klaar voor een nieuw eigen bedrijf, maar dan wel op onze eigen voorwaarden. In de natuur.

Wat we zochten: Friesland of Drenthe?

Onze Funda-zoektocht begon breed, in Friesland en Drenthe. We hadden een heel duidelijk wensenlijstje in ons hoofd: we zochten een boerderij met een flink stuk grond, een ruime schuur en het liefst natuurlijk al bestaande stallen voor de toekomstige alpaca’s.

Onze allereerste bezichtiging was in Friesland. Maar zodra we daar stonden, wisten we: dit is het niet. Het was er prachtig, maar veel te veel polder, te plat, en we misten de bossen. Bovendien moest er veel te veel aan het huis verbouwd worden. Streep erdoor. Terug naar Drenthe.

Twee Hagenezen en een makelaar uit Meppel

Toen viel ons oog op een boerderij in Dieverbrug. We zochten contact met Jan Weide, een
aankoopmakelaar uit Meppel. Ik denk dat Jan die avond thuis een mooi verhaal te vertellen had. Twee onvervalste Hagenezen belden hem op, op zoek naar een boerderij in Drenthe met grond en stallen, om “iets met alpaca’s” te gaan doen. Hij stond ongetwijfeld even met zijn oren te klapperen. Alpaca’s?! Toch had hij er wel oren naar om ons te helpen onze droom uit te laten komen.

De domper in Dieverbrug

Met goede moed reden we naar Dieverbrug voor de bezichtiging. De locatie was top. Maar zodra we de boerderij zelf bekeken, kregen we direct buikpijn. Het pand mankeerde van alles. Makelaar Jan bleek goud waard. Hij dacht niet aan snel geld verdienen, maar gaf ons eerlijk advies. “Niet doen,” zei hij resoluut. “Er komt zomaar 60.000 tot 70.000 euro bij voor het opknappen.

En eerlijk is eerlijk: dan heb je nog steeds niets bijzonders.” Ook dit huis lieten we dus schieten. Even
flink balen.

Zullen we hier even langsrijden?

Maar toen we daar toch stonden, herinnerde ik me iets. Ik zei tegen Jan: “Er staat nóg een boerderij te koop, iets verderop. In Wittelte.” We besloten er gewoon even langs te rijden. We stapten niet eens uit, we keken alleen vanaf de straat. We keken ernaar en voelden allebei: dit zou het weleens kunnen zijn. Zelfs Jan werd enthousiast van wat hij zag. We reden die dag terug naar Den Haag.

Niet met lege handen of een illusie armer, maar vol adrenaline. Het plan voor de terugrit was duidelijk: thuis meteen weer Funda aanslingeren en de verkopende makelaar bellen!

Volgende week in deel 3: De échte bezichtiging in Wittelte. Klopte ons gevoel vanaf de straat, of zaten er addertjes onder het Drentse gras?

Inhoudsopgave

Misschien vind je dit ook interessant?

Klaar om even weg te zijn?